Theorie

Al honderden jaren worden onze paarden op dezelfde manier bekapt en beslagen. Er heerst hiërarchie en men houdt vast aan oeroude tradities. Waarom?

Alles wordt aan nieuwe technieken aangepast, overal in de paardenwereld is men bezig te vernieuwen, te leren, te ontwikkelen, te verbeteren, behalve het bekappen en beslaan van paarden. En dat terwijl we nog steeds te maken hebben met veel hoefproblemen zoals; hoefkatrolontsteking, hoefbevangenheid, peesproblemen, brokkelhoeven, enz.

Om onder anderen die redenen is in Amerika 2 jaar lang onderzoek gedaan door Gene Ovnicek naar de functie en het verbeteren van de hoef en de techieken. De hoeven van wilde paarden zijn grondig bestudeerd. En daar is uitgekomen dat wilde paarden de hoeven anders afslijten dan wij onze paarden bekappen. Het blijkt dat de paarden niet alleen op hun hoefwand lopen maar ook op een gedeelte van de zool, de straal en de verzenen. Dit om het hoefbeen optimaal te ondersteunen in de juiste stand te houden.

Zoolfunctie

Zoolfunctie

De straal is ook een verhaal apart. De straal moet de grond raken omdat het een belangrijke rol heeft in de doorbloeding van de voet. Wanneer de straal de grond raakt drukt die de steunsels omhoog en daarboven de hoefkraakbeenderen, waardoor de hoef aan de kroonrand verwijdt en zo wordt het bloed in de bloedvaten in de hoef gezogen. Er is tevens aangetoond dat achterin de straal druksensoren zitten waar het paard als het ware de grond mee voelt. Daarom is het belangrijk dat de straal niet weggesneden wordt.

Op de zool aan de voorkant, achter de toon, zit een verdikt gedeelte. Dat is aangetoond bij wilde paarden. Vanaf dit punt naar voren is de hoef iets afgerond. Op de traditionele methode wordt de zool te veel weggesneden. Terwijl de zool een belangrijk onderdeel in het dragen van de hoef is. De zool loopt ook parallel aan het hoefbeen en is dus een goed uitgangspunt voor het bekappen en beslaan. De toonwand is eigenlijk niet gemaakt om gewicht te dragen. Bij wilde paarden raakt die ook niet de grond. Het verdikte gedeelte op de zool is het optimale punt waar de hoef overheen  rolt. Op het breedste gedeelte van de hoef zit ook ongeveer het middelpunt van het hoefbeen. Het ideale punt van afrollen zit een klein stukje voor de punt van de straal en dat is dan ook een klein stukje voor de punt van het hoefbeen. Daar maakt de hoef van nature al een hardere zool aan. Als het afrolpunt verder naar voren ligt bijvoorbeeld aan de voorkant van de toonwand, word het afrollen bemoeilijkt. En komt er te veel spanning op de pezen te staan.

Als een paard beslagen moet, moet daar moet dus het toongedeelte van het ijzer liggen. Het ijzer ligt op deze methode, dus misschien (maar niet altijd) wat verder naar achteren dan we gewend zijn.

De belangrijkste functie van de steunsels is het vasthouden van modder om zo de zool optimaal te laten ondersteunen.

Waarom anders?

Het is belangrijk dat de straal, verzenen en zool hun functie blijven behouden. Zodra paarden weer op de juiste manier op de hoeven staan, zie je heel gauw dat ze beter lopen en de hoeven zich weer herstellen en dat problemen als struikelen, brokkelhoeven, strijken, peesproblemen, hoefbevangenheid op deze manier te voorkomen of te verhelpen zijn.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: